In het sociaal domein werken verschillende organisaties die vallen onder uiteenlopende wetten, financieringsvormen en toezichtregimes. Begin daarom altijd met de vraag: onder welke wet valt deze ondersteuning, bijvoorbeeld de Jeugdwet of de Participatiewet? Wie financiert de zorg of ondersteuning? En wie is of zijn dan de toezichthouder(s)?
Wat kwalitatief goede zorg en ondersteuning is staat beschreven in wetgeving, financieringsafspraken, beroepscodes en andere kwaliteitskaders.
Dat verschilt per aanbieder. Het is belangrijk om te weten vanuit welke wet de zorg en ondersteuning geboden wordt. Dit kan bijvoorbeeld zijn vanuit de Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Wet langdurige zorg (Wlz), Zorgverzekeringswet (Zvw) of Participatiewet. In deze wetten staat duidelijk beschreven wie de toezichthouder is.
Soms biedt een organisatie meerdere vormen van zorg en ondersteuning. Dan kan het zijn dat de organisatie onder verschillende toezichthouders valt.
Gemeenten en rijksinspecties hebben hierover afspraken gemaakt. Deze zijn vastgelegd in een afsprakenkader.
Gemeente verantwoordelijk voor toezicht op de Wmo
Hoewel organisaties zelf verantwoordelijk zijn voor de kwaliteit en het bieden van de juiste zorg en ondersteuning vanuit de Wmo, is de gemeente verantwoordelijk om hier toezicht op te houden en te handhaven indien nodig. Dit geldt zowel voor gecontracteerde aanbieders als voor pgb-aanbieders. Daarnaast houdt de gemeente toezicht op de rechtmatige besteding van pgb’s door inwoners.
Meerdere toezichthouders
Soms valt een organisatie onder Wmo-toezicht en onder rijkstoezicht. Dat geldt bijvoorbeeld als een organisatie zorg en ondersteuning biedt vanuit de Wmo en verpleeghuiszorg vanuit de Wlz, jeugdhulp op basis van de Jeugdwet of zorg op basis van de ZvW.
Het toezicht op deze specifieke taken blijft gescheiden. Rijksinspecties en Wmo-toezicht kijken in principe vanuit hun eigen perspectief en normenkader. De lokale Wmo-toezichthouder en rijksinspecties hebben een andere rol en andere bevoegdheden.
Afstemmen en samenwerken
Wmo-toezichthouder en rijksinspecties kunnen wel met elkaar afstemmen en samenwerken. Zo staat in het afsprakenkader dat wanneer een rijksinspectie van plan is tot handhaving over te gaan, de betrokken gemeenten informeert. Handhavende maatregelen, zoals een rijksinspectiebevel tot sluiting van een zorgaanbieder, zorgeenheid of zorglocatie, worden in principe van tevoren bekendgemaakt aan de gemeenten. Zo kunnen gemeenten op tijd maatregelen nemen om de zorg en ondersteuning voor inwoners door te laten gaan.
Een rijksinspectie houdt alleen toezicht op de kwaliteit van zorg en ondersteuning waar deze inspectie over gaat. Bestaat bijvoorbeeld een wijkteam uit verschillende aanbieders in een samenwerkingsverband? Dan houdt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) alleen toezicht op de aanbieders die jeugdhulp en (geestelijke) gezondheidszorg bieden binnen het wijkteam.
Een uitzondering daarop is Toezicht Sociaal Domein (TSD), een samenwerkingsverband van rijksinspecties. TSD kijkt vaak naar de samenwerking tussen organisaties op specifieke thema’s. Deze organisaties kunnen onder verschillende wetten vallen, maar wel allemaal betrokken zijn bij dezelfde gezinnen. Waar nodig en mogelijk werkt TSD samen met de lokale Wmo-toezichthouder.
In eerste instantie is dit niet de taak van rijksinspecties, maar van de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft de taak om te controleren hoe het college van B&W wetten uitvoert, bijvoorbeeld de Wmo. Het college heeft het toezicht op de uitvoering neergelegd bij lokale toezichthouders.
Uitzonderingen
- Toezicht op afgebakende taken van gemeenten: soms heeft een rijksinspectie wel een afgebakende taak waar gemeenten een belangrijke rol in hebben. Zo houdt de Inspectie van het Onderwijs toezicht op taken waar gemeenten ook een belangrijke rol in hebben zoals bij de kwaliteit en veiligheid van de kinderopvang en het onderwijsachterstandenbeleid. Onderdelen daarvan zijn bijvoorbeeld het passend onderwijs, onderwijshuisvesting en leerlingenvervoer.
- Aanbevelingen aan gemeenten: ook kan een rijksinspectie aanbevelingen doen aan gemeenten over hun rol bij het mogelijk maken van de kwaliteit van bijvoorbeeld de jeugdbescherming en schuldhulpverlening. Zo kan uit het toezicht van de rijksinspecties blijken dat bepaalde tekortkomingen door de betreffende gemeente moeten worden weggenomen.
- Zorg en ondersteuning door gemeenten: in bepaalde gevallen bieden gemeenten ook zelf zorg en ondersteuning. Voor zover een gemeente optreedt als aanbieder van bijvoorbeeld jeugdhulp in een wijkteam valt deze voor dat gedeelte wel onder toezicht van de rijksinspecties. Voor zover een gemeente optreedt als aanbieder van maatschappelijke ondersteuning (Wmo) valt deze voor dat gedeelte onder toezicht van de eigen lokale toezichthouder.
Gemeenten moeten signalen van (vermoedelijke) fraude door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder in het sociaal domein zorgvuldig onderzoeken en passende toezicht- of handhavingsmaatregelen treffen. Tegelijk moet de gemeente de continuïteit van noodzakelijke ondersteuning voor cliënten waarborgen en proportioneel handelen zolang fraude niet is vastgesteld.
Gemeenten maken ook keuzes in waar zij hun toezicht op richten en kunnen daarbij onder meer kijken naar de fraudegevoeligheid. De Wmo stelt dat gemeenten periodiek heronderzoek moeten doen naar toegekende maatwerkvoorzieningen en pgb’s. Hoe vaak die onderzoeken moeten plaatsvinden staat niet in de Wmo. Gemeenten kunnen zelf prioriteiten stellen en daarbij rekening houden met fraudegevoeligheid van bepaalde voorzieningen.
Het is belangrijk dat een gemeente zich er bij de opdrachtverstrekking aan de toezichthouder van bewust is dat het toezicht op de rechtmatigheid vraagt om een specifieke expertise. De gemeente kan ook toezicht houden op de rechtmatigheid van jeugdhulp.
Heeft een rijksinspectie twijfels over de rechtmatigheid van geleverde zorg en ondersteuning, bijvoorbeeld jeugdhulp, dan kan de rijksinspectie hierover een signaal afgeven naar gemeenten. Dit gaat doorgaans via het Informatieknooppunt Zorgfraude (IKZ).
In de uitvoering van zorg en ondersteuning kunnen persoonsgebonden budgetten (pgb’s) worden ingezet. Een budgethouder kiest en contracteert zelf de zorgverlener en is daarmee verantwoordelijk voor de dagelijkse aansturing van de zorgverlening. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) verzorgt de betalingen vanuit het pgb en controleert of de ingediende declaraties overeenkomen met de gemaakte afspraken in de zorgovereenkomst. De SVB houdt echter geen toezicht op de inhoudelijke kwaliteit van de geleverde zorg.
Wie verantwoordelijk is voor het toezicht op de rechtmatigheid en de kwaliteit van de ingekochte zorg, hangt af van de wet op grond waarvan het pgb is verstrekt. Bij pgb’s vanuit de Wmo en de Jeugdwet ligt deze verantwoordelijkheid bij de gemeente. Bij pgb’s op grond van de Wlz vervult het zorgkantoor een vergelijkbare rol.
Voor de kwaliteit van jeugdhulp en van zorgaanbieders die onder haar wettelijke toezicht vallen, heeft de IGJ wel een zelfstandige toezichtstaak, maar vaak worden zorgtaken vanuit pgb’s niet door de organisaties die onder toezicht van de IGJ vallen uitgevoerd.
Stel uw vraag
Staat uw vraag hier niet tussen? Stel uw vraag dan via ons contactformulier.