Inwoners hebben soms moeite om passende zorg of ondersteuning te vinden. Ze lopen vast door ingewikkelde wetten en regels. Via de gemeente kunnen zij dan onafhankelijke cliëntondersteuning krijgen. Een cliëntondersteuner helpt onder andere problemen op een rij te zetten, hulpverlening te vinden en formulieren in te vullen.

In 2025 voerde Toezicht Sociaal Domein een toezichtonderzoek uit naar onafhankelijke cliëntondersteuning. We bekeken in hoeverre cliëntondersteuning gericht is op alle leefgebieden van inwoners, zoals de wet voorschrijft.

Cliëntondersteuning op alle leefgebieden

Inwoners kunnen deze cliëntondersteuning krijgen bij verschillende soorten problemen. Bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, meedoen met werk of dagbesteding, inkomen of kinderen die niet naar school kunnen. Of bij een combinatie van problemen.

In de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) staat dat gemeenten onafhankelijke cliëntondersteuning moeten regelen. En dat de cliëntondersteuner naar alle levensgebieden moet kijken. Maar kunnen inwoners in de praktijk ook echt cliëntondersteuning op alle levensgebieden krijgen? Over die vraag gaat dit onderzoek van Toezicht Sociaal Domein (TSD).

Wat ziet TSD in gemeenten?

Voor dit onderzoek heeft TSD vier gemeenten bezocht: Alkmaar, Bergen op Zoom, Hillegom en Zwolle. Uit de bezoeken bleek onder andere het volgende: 

  • Iedere gemeente heeft de onafhankelijke cliëntondersteuning anders georganiseerd. Maar nergens is goed zicht op de kwaliteit van de cliëntondersteuning. En of de cliëntondersteuning alle doelgroepen bereikt.
  • Wel blijkt uit gesprekken dat cliëntondersteuners en de aanbieders verschillende dingen doen om zoveel mogelijk levensbreed te ondersteunen.
  • In veel gemeenten zijn plannen om cliëntondersteuning anders te organiseren, dichtbij inwoners in de wijk. Maar hierbij lijkt cliëntondersteuning soms op (de toegang tot) de zorg en ondersteuning. En dan is deze niet meer onafhankelijk.

Wat blijkt uit gesprekken met landelijke organisaties?

TSD heeft ook gesproken met een aantal landelijke organisaties. Uit deze gesprekken bleek onder andere het volgende:

  • Cliëntondersteuning is moeilijk te vinden voor inwoners. Als zij cliëntondersteuning niet kunnen vinden, kunnen zij ook geen levensbrede cliëntondersteuning krijgen.
  • Organisaties vinden dat inwoners met ingewikkelde, levensbrede ondersteuningsvragen gespecialiseerde cliëntondersteuning moeten kunnen krijgen. Deze is nu alleen beschikbaar voor een heel klein aantal doelgroepen.
  • Organisaties vinden het belangrijk dat alle doelgroepen passende cliëntondersteuning kunnen krijgen. Ook vinden de meeste landelijke organisaties, en zeker cliënten- en patiëntenorganisaties, onafhankelijkheid belangrijk. 

Wat moet er gebeuren?

TSD doet een oproep aan drie partijen:

  • Gemeenten, ontwikkel een visie en passend, uitvoerbaar beleid. Waarbij de cliëntondersteuning onafhankelijk en levensbreed is. En betrek adviesraden sociaal domein daarbij. Maak afspraken over de kwaliteit en houd hierop toezicht.
  • Aanbieders, zorg voor kwaliteit, bekendheid en samenwerking.
  • Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), geef sturing aan een eenvoudig, eerlijk en duidelijk aanbod van cliëntondersteuning zoals in de wet bedoeld is.

Download het rapport

Lees het rapport Onafhankelijke cliëntondersteuning in de praktijk voor alle resultaten, conclusies en aanbevelingen. 

Download het rapport