Deze tijdlijn brengt het belang van informatie-uitwisseling in het sociaal domein in beeld. Vanuit het perspectief van de schuldhulpverlener worden herkenbare afwegingen belicht.
Schuldhulpverlener Ruben Ramdhari
Dilemma
De schuldhulpverlener heeft zorgen over het gezin. Wat kan hij met deze zorgen?Lees de toelichting hieronder.
De schuldhulpverlener is bij het gezin betrokken om de financiën op orde te brengen. In het contact met het gezin kan hij ook andere signalen oppakken. In dit geval zijn dat zijn zorgen over de verzorging en opvoeding van de kinderen.
Vaak is de financiële hulp niet zo goed aangesloten bij de hulpverleners in het sociale domein. De zorgen van de schuldhulpverlener blijven ‘geïsoleerd’. Omdat die zorgen op zichzelf blijven staan en niet worden gelegd naast de zorgen die er al zijn bij het wijkteam en de school, wordt de ernst onvoldoende zichtbaar. Het is belangrijk dat financiële hulpverleners zoals schuldhulpverleners weten bij wie ze terecht kunnen met hun zorgen. Zij hebben namelijk een belangrijke signaleringsfunctie die breder is dan financiën.
De schuldhulpverlener heeft een aantal opties. Allereerst kan hij zijn zorgen met de ouders bespreken. Hij kan hen dan ook vragen of er andere hulpverleners bij het gezin betrokken zijn. En of hij zijn zorgen met hen kan bespreken. Als de ouders hiervoor geen toestemming geven, kan hij advies inwinnen bij Veilig Thuis en – afhankelijk van hun inschatting – bij hen een melding doen. Na zo’n melding schat Veilig Thuis in of hulpverlening of ondersteuning nodig is binnen het gezin of de situatie.
De schuldhulpverlener kan daarnaast zijn betrokkenheid registeren in de landelijke Verwijs Index Risicojongeren (VIR). Elke gemeente is verplicht een VIR-systeem te hebben. De schuldhulpverlener kan zelf zijn betrokkenheid in de VIR zetten, omdat hij zich zorgen maakt over de kinderen. Hij ziet het risico van ernstig tekortschieten in de verzorging of opvoeding. Kinderen van twee en vijf jaar oud horen immers niet alleen thuis te zijn en daarnaast was er sprake van een rommelige en niet fris ruikende woning. Via de VIR kunnen de schuldhulpverlener en het wijkteam van elkaar weten dat zij afzonderlijk zorgen hebben over het gezin en de kinderen.
Relevante link
Dilemma
Ik lever hulp op vrijwillige basis aan een gezin. Helaas krijg ik geen contact meer met de gezinsleden. Wat kan ik nu nog doen?Lees de toelichting hieronder.
Het kan lastige situaties opleveren als ouders zich afsluiten voor elk gesprek en hulp weigeren. En geen toestemming geven voor informatie-uitwisseling. Maar bij aanhoudende zorgen en als er kinderen bij betrokken zijn, is het belangrijk het contact niet te verbreken en zo nodig andere partijen in te schakelen.
Vaak is er namelijk geen wettelijke basis om informatie met anderen uit te wisselen. In dat geval biedt mogelijk de Handreiking gegevensuitwisseling in de bemoeizorg aanknopingspunten hoe te handelen. Deze handreiking is speciaal geschreven voor de omgang met mensen met problemen op meerdere leefgebieden die hulp uit de weg gaan. Zij worden ook wel de ‘zorgwekkende zorgmijders’ genoemd. Na een weging van de aard en ernst van de situatie – al dan niet aan de hand van een risicotaxatie-instrument – kan de hulpverlener op grond van een ‘conflict van plichten’ of ‘vitaal belang’ besluiten deel te nemen aan een ‘bemoeizorgoverleg’. Een conflict van plichten ontstaat als er een spanningsveld is tussen de geheimhoudingsplicht en het belang om ernstige schade te voorkomen, de professional verkeert in gewetensnood. Doel is om bepaalde informatie uit te wisselen met andere professionals. Sommige gemeenten beschikken over speciale teams voor zorgmijdende gezinnen. Zij organiseren dergelijk overleg. Ook is er in bijna elke gemeente een wijkteam. Dit is in te schakelen om mee te denken bij bepaalde problematiek binnen een gezin.
Tot slot kan de schuldhulpverlener een registratie maken in de landelijke Verwijsindex Risicojongeren (de VIR kan regionaal anders heten). Elke gemeente is verplicht om een VIR-systeem te hebben, bijvoorbeeld omdat er een vermoeden bestaat dat de kinderen in hun veilige ontwikkeling werden bedreigd vanwege het risico van een ernstig tekort schieten in de verzorging of opvoeding van de kinderen.