De rijksinspecties van het Toezicht Sociaal (TSD) vinden dat de veiligheid van jeugdigen te allen tijde geborgd moet zijn.

Verwijsindex risicojongeren
De rijksinspecties zien daarbij de meerwaarde van het gebruik van de verwijsindex risicojongeren (VIR). De VIR is een landelijk hulpmiddel om onderlinge afstemming tussen professionals te versterken. In dit systeem kunnen hulpverleners en andere professionals de persoonsgegevens registreren van de jeugdigen (tot 23 jaar) waarover zij zich zorgen maken (het kan ook gaan om problematiek van familieleden met gevolgen voor de veiligheid van de jeugdige). Deze registratie bevat geen inhoudelijke informatie. Duidelijk wordt welke andere hulpverleners zich mogelijk ook actief met de situatie van de jeugdige bezig houden.

Informatiedelen met behoud van beroepsgeheim
Met het gebruik van de VIR kan al vroegtijdig aan het licht komen dat meerdere hulpverleners zorgen hebben over een jeugdige vanwege een aantal risicoverhogende factoren die bij de jeugdige zijn geconstateerd waardoor een gezonde en veilige ontwikkeling naar volwassenheid wordt bedreigd. Te denken valt aan geestelijk, lichamelijk of seksueel geweld, psychische problematiek of een verslaving, problematiek van familieleden, een minderjarige zwangerschap, veelvuldig schoolverzuim of vroegtijdig verlaten van de school, of ouders die ernstig te kort schieten in de verzorging of opvoeding van de jeugdige. Hulpverleners kunnen vervolgens contact zoeken met elkaar en bekijken of – binnen de grenzen van het beroepsgeheim – met elkaar kan worden overlegd. Het medisch beroepsgeheim kan in principe geen reden zijn om geen gebruik te willen maken van de VIR, zie hiervoor ook artikel 7.1.4.1, waarin staat:

‘Een meldingsbevoegde kan zonder toestemming van de jeugdige of zijn wettelijk vertegenwoordiger en zo nodig met doorbreking van de op grond van zijn ambt of beroep geldende plicht tot geheimhouding, een jeugdige melden aan de verwijsindex indien hij een redelijk vermoeden heeft dat de jeugdige door risico’s in de noodzakelijke condities voor een gezonde en veilige ontwikkeling naar volwassenheid daadwerkelijk wordt bedreigd’.

VIR helpt bij het signaleren van onveiligheid
De rijksinspecties hebben in verschillende gemeenten geconstateerd dat wanneer diverse partijen in een gemeente met elkaar hebben afgesproken om in de VIR te registreren en het systeem ook consequent gebruiken, dit ten goede komt aan het signaleren van onveiligheid (zie bijvoorbeeld de TSD-rapporten over signaleren van onveiligheid in Houten en Nieuwegein). Met name als een jeugdige en zijn gezin verhuizen van de ene naar de andere gemeente en hulpverleners elkaar nog niet kennen.

Daarnaast constateren de rijksinspecties bij calamiteiten in de jeugdhulp – waarin sprake is van een gebeurtenis die heeft geleid tot een ernstig schadelijk gevolg voor of de dood van een jeugdige – met regelmaat dat verschillende instanties (dit kunnen jeugdhulpaanbieders zijn, maar bijvoorbeeld ook gezondheidszorginstellingen of scholen) niet wisten dat zij afzonderlijk van elkaar zorgen hadden over de betreffende jeugdige (of het gezin). Een koppeling tussen de verschillende instanties had er toe kunnen leiden dat in een eerder stadium de ernst en omvang van de situatie beter was ingeschat. In dat kader wijzen de rijksinspecties de instanties op het bestaan en het nut van de VIR. Hierbij wordt niet alleen een beroep gedaan op de professional, maar ook (juist) op de betreffende gemeente. Immers, in de jeugdwet staat dat het college van burgemeester en wethouders het gebruik van de VIR dient te bevorderen en daartoe afspraken moet maken met de betreffende instanties. De inspecties verwachten dan ook van gemeenten dat zij deze rol oppakken.

Meer informatie

Meer informatie over de Verwijsindex Risicojongeren vindt u op de site van de VNG.